Slachtoffers van jongeren in       beeld

Van onze redactrice
Inge Ghijs
08/05/2004
HASSELT - ,,Ik ben hier het slachtoffer, want ik ben gesnapt en nu       moet ik nog gemeenschapsdienst doen.'' Zo denken sommige jongeren die       strafbare feiten hebben gepleegd en door de jeugdrechter een maatregel       krijgen opgelegd. Daarom ontwikkelde het Bureau Alternatieve Afhandeling       Limburg (Baal) het leerproject Slachtoffer in Beeld. Na drie jaar zijn ze       het experimentele stadium voorbij en willen ze hun ervaring delen.       


Voor wie hebben de       feiten die je gepleegd hebt allemaal gevolgen en voor wie zijn de gevolgen       het ergst? Dat is de eerste vraag van een enquête die delinquente jongeren       moeten invullen als ze beginnen aan het leerproject.       

,,Heel dikwijls krijgen we als antwoord dat het voor       henzelf het ergste is want dat zij zijn gepakt en nu moeten ze hier ook       nog in hun vrije tijd cursus komen volgen'', vertelt Ilse Jaspers van Baal       ,,Op het einde van het project moeten ze dezelfde enquête invullen en       krijgen we heel andere antwoorden. Dan is het voor het slachtoffer of de       ouders het ergste.''

Eind jaren negentig wilde Baal       een project ontwikkelen voor delinquente jongeren die de feiten die ze       hebben gepleegd, minimaliseren. ,,We vroegen ons af: hoe kun je jongeren       voor hun verantwoordelijkheid plaatsen en hoe kun je vermijden dat ze       opnieuw stelen of iemand in elkaar slaan, als ze niet eens beseffen wat ze       een ander aandoen?'', zegt Mariette Thys.

In groepjes       van vier tot zes jongeren proberen twee begeleiders het slachtoffer een       gezicht te geven. Een slachtoffer komt getuigen, een acteur speelt de rol       van slachtoffer, de jongeren maken een kolom van voor- en nadelen van hun       daden, in een radiospel speelt de jongere het slachtoffer en de begeleider       de radioreporter. De jongeren gaan met een advocaat het gesprek aan over       rechten en plichten van daders en slachtoffers.

Ze       schrijven een brief over zichzelf en de feiten naar de jeugdrechter. Er       wordt gepraat over hoe alle partijen over zichzelf denken. Hoe zullen de       ouders over uw ouders denken? Misschien wel dat ze je slecht hebben       opgevoed.

,,Wij willen een genuanceerd beeld van een       slachtoffer brengen, niet alleen maar de zielige persoon. Maar ook een       slachtoffer dat kwaad is, of dat voortaan slecht denkt over jongeren in       het algemeen'', zegt Jaspers. Volgens Thys is de groepsdynamiek       belangrijk. ,,Uit de praktijk blijkt dat jongeren onderling constructieve       gesprekken kunnen voeren.'' Volgens Jaspers hebben jongeren na die 20 uur       niet alleen meer oog voor zichzelf en de materiële gevolgen voor het       slachtoffer, maar ook voor de sociale of psychologische gevolgen.

,,Dat blijkt uit de enquête. En een maand na het       project gaan we op huisbezoek en ook dan blijkt toch dat er heel wat is       blijven hangen. Maar we hopen dat we in de toekomst een degelijk       effectenonderzoek kunnen doen.''

Tussen 2000 en 2003       werd het leerproject door de jeugdrechter aan 77 jongeren opgelegd. Bijna       allemaal jongens tussen 14 en 17 jaar en bijna de helft is Belg van       afkomst. 68 hebben het project met succes voltooid. De 'afhakers' zijn       nooit aan het project begonnen: ze kwamen niet opdagen of waren       ondertussen meerderjarig. Alle feiten komen in aanmerking, behalve zeden-       en drugsdelicten.

Hoewel het de hele tijd over       slachtoffers gaat, komt de jongere niet meer in rechtstreeks contact met       zijn persoonlijke slachtoffer. Een tekort, vindt Thys. ,,We weten dat       slachtoffers het belangrijk vinden dat er met de dader wordt gewerkt. Een       slachtoffer zou op z'n minst op de hoogte moeten worden gebracht van wat       er met de dader gebeurt. Maar dat is werk voor justitie.''

Copyright | De Standaard Online   2004