Van uitbreiding naar erkenning categorie 8 herstelgerichte en constructieve afhandelingen (HCA)? Ouderstage : einde oefening?? (Geen) zin in de jeugdgevangenis van Tongeren?!? Van uitbreiding naar erkenning categorie 8 HCA? Ouderstage : even geduld A.U.B.? (Geen) zin in de jeugdgevangenis van Tongeren?!?-studiedag: met de neus op de feiten? -het preventieproject Bumper? - herstelgerichte afhandelingen? - HCA? - het Vlaams beleid? - hervormde jeugdwet inzake jeugddelinquentie? - mediacampagne 'Tot Uw Dienst'? - praktijkexperiment Slachtoffer in Beeld - Minderjarigen? - jaarverslagen? print deze pagina
Van uitbreiding naar erkenning categorie 8 herstelgerichte en constructieve afhandelingen (HCA)

Officieel mag BAAL zich vanaf 1 april 2007 de HCA – dienst van Limburg noemen. Dit is een mooi resultaat dat er kwam door twee essentiële beleidsontwikkelingen nl. de federale wetswijzigingen in de jeugdbeschermingswet en het Vlaams Globaal Plan Jeugdzorg. Beide ontwikkelingen effenden het pad om de al bestaande praktijken van herstelgericht en constructief afhandelen een duidelijke plaats te geven in het geheel van reacties op delicten gepleegd door jongeren. In de wetenschap dat BAAL eind 1998 als project het levenslicht zag, mogen we rustig spreken over een vlotte groei van ‘good practice’ naar ‘wettelijke’ positionering in het maatschappelijk reageren op jeugddelinquent gedrag. Het mag duidelijk zijn dat wij deze evolutie alleen maar toejuichten.

Onze uitbreidingsvraag d.d. 31/01/2007 bij het Agentschap Jongerenwelzijn waarin we een inhoudelijke en personele uitbreiding vroegen, werd positief beantwoord. Concreet betekende dit dat we per 01/04/2007 het bestaande aanbod van herstelbemiddeling, HERGO, gemeenschapsdienst en het leerproject SIB-M kwantitatief mochten uitbreiden. Daarnaast kwamen de leerprojecten ‘Drugs, (ver)antwoord?’ en ‘Seksualiteit en Relaties in Balans’ samen met de ouderstage onder het BAAL-dak. Om deze inhoudelijke klus te kunnen klaren werd het personeelskader van 6 VTE opgetrokken naar 19,5 VTE.

Op 16 januari 2009 keurde de Vlaamse Regering het besluit tot wijziging van het erkennings- en subsidiëringsbesluit goed. De invoering van categorie 8 zijnde HCA-dienst werd hierdoor een feit. BAAL werd als HCA-dienst erkend tot en met 31/12/2010.

Ouderstage : einde oefening?

Sedert begin januari 2008 bieden we ouderstage aan. Tot de uitspraak van het grondwettelijk hof maart 2008 kenmerkte deze methode zich in onduidelijkheid ten aanzien van haar uitbouw. In 2009 ervaren we de eerste groep binnen ouderstage. Medio 2009 krijgen we de melding van onze overheid dat eind 2009 de toelagen stoppen voor dit aanbod. Wij betreuren dat het inhoudelijke debat met de praktijk niet werd gevoerd. Met een aantal collegadiensten hebben wij een aantal bedenkingen geformuleerd en deze vinden hun resultaat in onderstaande tekst ‘Ouderstage: terugblik-inzicht-vooruitzicht’ die wij integraal wensen toe te voegen aan dit jaarverslag.

klik hier voor de tekst "Ouderstage: terugblik-inzicht-vooruitzicht"

(Geen) zin in de jeugdgevangenis van Tongeren?!

Ook in 2009 hopen we als dienst dat met de realisatie van het detentiecentrum te Tongeren er de bereidheid is om het 'én-én verhaal' te realiseren in het traject van de betrokken jongeren. Het is niet of de gemeenschapsinstelling of de private voorziening of een herstelbemiddeling. Het diverse aanbod reikt ons de mogelijkheid aan om met het bestaande aanbod complementair aan de slag te gaan waarbij het gepleegde feit het uitgangspunt dient te zijn. Misschien moeten wij als sector met dit gegeven zelf bewuster aan de slag gaan. Ook wij zijn deel van het geheel en kunnen hier wat in doen bewegen. Onze jeugdige delinquenten dienen niet in één hokje (letterlijk en figuurlijk) gestoken te worden en daar te blijven, maar dienen op het gepaste moment meerdere ‘hokjes’ in het reactielandschap aangeboden te krijgen. Op deze manier kan er ruimte zijn voor én sanctie én herstel én hulp voor de aanwezige problemen. En zo is de weg geopend voor een geïntegreerde aanpak die zich kenmerkt in flexibiliteit op maat.

De geschiedkundig oudste gevangenis van het land kan ons inziens de progressiefste zijn door het te beschouwen als een deel van het geheel en niet te beschouwen als een losstaande entiteit met een afwijkende finaliteit. Het gaat om dezelfde jongeren, dezelfde slachtoffers, dezelfde ouders, dezelfde samenleving,...

Van uitbreiding naar erkenning catergorie 8 'herstelgerichte en constructieve afhandelingen (HCA)

Officieel mag BAAL zich vanaf 1 april 2007 de HCA – dienst van Limburg noemen. Dit is een mooi resultaat dat er kwam door twee essentiële beleidsontwikkelingen nl. de federale wetswijzigingen in de jeugdbeschermingswet en het Vlaams Globaal Plan Jeugdzorg. Beide ontwikkelingen effenden het pad om de al bestaande praktijken van herstelgericht en constructief afhandelen een duidelijke plaats te geven in het geheel van reacties op delicten gepleegd door jongeren. In de wetenschap dat BAAL eind 1998 als project het levenslicht zag, mogen we rustig spreken over een vlotte groei van ‘good practice’ naar ‘wettelijke’ positionering in het maatschappelijk reageren op jeugddelinquent gedrag. Het mag duidelijk zijn dat wij deze evolutie alleen maar toejuichten.

Onze uitbreidingsvraag d.d. 31/01/2007 bij het Agentschap Jongerenwelzijn waarin we een inhoudelijke en personele uitbreiding vroegen, werd positief beantwoord. Concreet betekende dit dat we per 01/04/2007 het bestaande aanbod van herstelbemiddeling, HERGO, gemeenschapsdienst en het leerproject SIB-M kwantitatief mochten uitbreiden. Daarnaast kwamen de leerprojecten ‘Drugs, (ver)antwoord?’ en ‘Seksualiteit en Relaties in Balans’ samen met de ouderstage onder het BAAL-dak. Om deze inhoudelijke klus te kunnen klaren werd het personeelskader van 6 VTE opgetrokken naar 19,5 VTE.

In 2008 werd door de Vlaamse overheid de laatste rechte lijn ingezet om de diensten herstelgerichte en constructieve afhandelingen als categorie 8 te erkennen binnen het besluit van de Vlaamse Regering inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand. Het ontwerp van dit erkenningsbesluit hebben wij positief onthaald en we kijken uit naar de definitieve versie en zo ook naar de erkenning.

Ouderstage : even geduld a.u.b.

Sedert begin januari 2008 bieden we ouderstage aan. Tot de uitspraak van het grondwettelijk hof maart 2008 kenmerkte deze methode zich in onduidelijkheid ten aanzien van haar uitbouw. Aangezien ouderstage vanuit een theoretisch concept werd geïnstalleerd, zullen we aan de praktijk voldoende ruimte moeten bieden om deze practice based ten aanzien van de geschikte doelgroep te ontwikkelen. Indien de jeugdrechter ouderstage bij beschikking kon opleggen, zouden de ouders op jeugdrechtbankniveau adequater kunnen doorverwezen worden.
Door dit aanbod binnen BAAL aan te bieden, drong zich het thema ‘Ouders binnen BAAL’ op. We nemen dit onderwerp ter harte door antwoorden te zoeken op de vragen: ‘Welke plaats krijgen ouders binnen het huidige aanbod?’ en ‘Hoe worden deze ouders betrokken in de methodieken?’. In de tweede helft van 2008 resulteerde deze oefening in een externe vorming op maat ‘Kijken naar gezinnen’. Door het thema te verruimen hopen we in 2009 een sterker inhoudelijk verhaal op te tekenen waarbij het kwalitatieve aspect voldoende ruimte krijgt naast het louter kwantitatieve aspect. Ouders zijn willens nillens betrokken partij wanneer hun zoon of hun dochter feiten pleegt, zeker wanneer we het contextueel werken als een belangrijk werkingsprincipe hanteren.

(Geen) zin in de jeugdgevangenis van Tongeren?!

Justitie wenst met het operationaliseren van de site te Tongeren één voor haar zeer belangrijke doelstelling te realiseren nl. de straffen die uitgesproken worden ook onmiddellijk en effectief ten uitvoer te kunnen brengen. Sinds de hervorming van de jeugdwet van ’65 is er gekozen om verschillende sporen aan te bieden als reactie op jeugddelinquent gedrag. Naast de beschermingsmaatregelen heeft het sanctionerende en het herstelgerichte model een duidelijke plaats gekregen in de vernieuwde jeugdwet. De Vlaamse Gemeenschap neemt de uitvoering van deze maatregelen grotendeels voor haar rekening. Op het gebied van de zogenaamde loutere maatschappijbeveiligende en/of sanctionerende reacties – kortweg: gesloten plaatsingen in het kader van de uithandengeving – heeft de oplossing bewogen op de politieke golven met als huidig resultaat dat Justitie zal instaan voor zowel de infrastructuur als voor het personele kader (lees: hoofdzakelijk penitentiaire beambten) dat nodig is om het geheel te ‘beveiligen’. Het begeleidingsaspect blijft in handen van de Vlaamse Gemeenschap. De bevoegde Vlaamse en federale ministers sloten hiertoe een protocol af.

Binnen de doelgroep van jeugdige delinquenten zal het gesloten detentiecentrum te Tongeren hoofdzakelijk de volgende categorieën van jongeren huisvesten nl. de jongeren die reeds uit handen gegeven zijn door de jeugdrechtbank en een veroordeling hebben opgelopen én de jongeren waarvan de procedure van de uithandengeving lopende is bij de jeugdrechtbank.

Als dienst hopen we dat met de realisatie van het detentiecentrum te Tongeren er de bereidheid is om het 'én-én verhaal' te realiseren in het traject van de betrokken jongeren. Het is niet of de gemeenschapsinstelling of de private voorziening of een herstelbemiddeling. Het diverse aanbod reikt ons de mogelijkheid aan om met het bestaande aanbod complementair aan de slag te gaan waarbij het gepleegde feit het uitgangspunt dient te zijn. Misschien moeten wij als sector met dit gegeven zelf bewuster aan de slag gaan. Ook wij zijn deel van het geheel en kunnen hier wat in doen bewegen. Onze jeugdige delinquenten dienen niet in één hokje (letterlijk en figuurlijk) gestoken te worden en daar te blijven, maar dienen op het gepaste moment meerdere ‘hokjes’ in het reactielandschap aangeboden te krijgen. Op deze manier kan er ruimte zijn voor én sanctie én herstel én hulp voor de aanwezige problemen. En zo is de weg geopend voor een geïntegreerde aanpak die zich kenmerkt in flexibiliteit op maat.

De geschiedkundig oudste gevangenis van het land kan ons inziens de progressiefste zijn door het te beschouwen als een deel van het geheel en niet te beschouwen als een losstaande entiteit met een afwijkende finaliteit. Het gaat om dezelfde jongeren, dezelfde slachtoffers, dezelfde ouders, dezelfde samenleving, ...

Studiedag: Met de neus op de feiten

Als bijzondere realisatie in 2006 accentueren we onze studiedag onder de titel ‘Met de neus op de feiten. Een studiedag over conflicten met jongeren en herstel’. Deze studiedag organiseerden we in samenwerking met Jongerenwelzijn Regio Limburg. Conflicten met en door jongeren zijn maatschappelijke realiteit. Iedereen die via één of ander levendomein met jongeren van doen heeft, krijgt vroeg of laat met deze thematiek te maken. ‘Wat is een conflict? Hoe reageren we hierop? Hoe gaat de samenleving hiermee om?...’ Al deze vragen zoeken een antwoord. Ook binnen onze herstelgerichte afhandeling stuiten we op vele vragen. De studiedag was voor onze belendende organisaties en voor onszelf een uitnodiging om dit thema verder uit te diepen met iedereen die geconfronteerd wordt met conflicten waarin jongeren betrokken zijn. Met net iets meer dan 200 aanwezigen vertegenwoordigd uit de verschillende levensdomeinen van de jongere (onderwijs, vrije tijd, opvoeding, politie, voorzieningen Bijzondere Jeugdbijstand, collega-diensten HCA,…) ervoeren we deze dag als een ruime denktank waarbij conflicten met jongeren en herstel een focus kende zowel in de breedte als in de diepte. In de loop van 2007 wensen we de ervaringen van deze studiedag onder andere neer te schrijven in een verslagboek.

Hier vind je de folder...



Het preventieproject Bumper


Het project Bumper is een preventieproject ter ondersteuning bij de organisatie en de uitbouw van welzijnsbevorderende conflictoplossingstrategieën in lokale settings. Preventie Jongerenwelzijn Limburg is de initiatiefnemer van het Bumperproject. Preventie Jongerenwelzijn Limburg heeft de opdracht om op structurele wijze het welzijn van de maatschappelijk meest kwetsbare jongeren in hun leefsituatie te verhogen en hun fundamentele rechten te realiseren. Daarnaast is het team preventie ontwikkeling (TPO) ondersteuner van het project. Dit TPO is samengesteld uit deskundigen met een wetenschappelijke achtergrond inzake algemene preventie binnen het domein van maatschappelijk welzijn. Zij werden gevraagd om het project inhoudelijk te ondersteunen en er een ethisch-normatieve beschouwing van te maken, dit met het oog op visie-ontwikkeling binnen de sector van de Bijzondere Jeugdbijstand en binnen andere sectoren. Het Bumperproject stimuleert het herstelgericht omgaan met conflicten waar jongeren tijdens de vrije tijd in betrokken zijn. Dit gebeurt op buurtniveau en in samenwerking met lokale partners. De gehanteerde principes zijn: participatie, het teruggeven van de oplossingsmogelijkheden van een conflict aan de conflicteigenaars en het beroep doen op actieve verantwoordelijkheid. Alle betrokken partijen worden dus aangesproken om tot een constructieve oplossing te komen. De rol van BAAL in dit project is praktijkondersteuning te bieden aan de plaatselijke buurt -en jeugdwerkers, meerbepaald om in de buurt waar zij actief zijn, in conflicten veroorzaakt door jongeren (minderjarigen) op een welzijnsbevorderende en herstelgerichte manier, de betrokken partijen te ondersteunen in het oplossen van het conflict. Vooropgesteld doel is om voor de jongeren verdere kwetsingen en uitsluiting te voorkomen en de bindingen tussen de jongeren en hun buurt (en de bewoners) te herstellen of te verbeteren. Bumper richt zich in de eerste plaats op de “kleinere” conflicten: deze waarvan (nog) geen PV werd opgemaakt, maar waar de betrokken partijen wel aangeven dat ze bereid zijn om via Bumper het conflict samen proberen op te lossen. Er werd een samenwerking aangegaan met de gemeente Maasmechelen specifiek met de vzw Buurtopbouwwerk Maasmechelen om in die wijken waar het buurtopbouwwerk actief is (en waar er een buurthuis is) het aanbod van Bumper te doen. Later sloot vzw Thebe - een belangrijke actor in het Maasmechelse jeugdwerk - aan bij het project, maar kon wegens personele omstandigheden geen actieve rol opnemen. Aanvankelijk werd bemiddeling gezien als een belangrijke methodiek, maar werd het niet uitgesloten dat in de loop van het project er andere – bestaande en nog te ontwikkelen – methodieken zouden worden toegepast. Om de buurtwerkers in te werken in het project werden er themabesprekingen georganiseerd, waarbij focus lag op de manier waarop je naar conflicten kan kijken, de visie van BAAL op herstel en de invulling daarvan binnen de contouren van dit project. De verwachting was dat er zich voldoende conflicten zouden voordoen, zodat er ook snel een aanvang kon worden genomen met de praktijkondersteuning. De aanmeldingen van conflicten liepen moeizaam gedurende de duurtijd van het proefproject. De toch aangemelde conflicten konden veelal niet opgestart worden omdat ze niet beantwoordden aan de criteria: er ontbrak telkens minstens één van de partijen. Concreet werd één conflict integraal afgehandeld. Tijdens het verloop van de afhandeling van het conflict stond BAAL - in de persoon van Dirk Roussard - garant voor de coaching en praktijkondersteuning. Begin 2008 zal het volledige project Bumper met het relaas van deze afhandeling in al zijn facetten geëvalueerd worden, zodat de ervaringen met de daar aan gekoppelde conclusies neergeschreven worden.

Eindrapport 'De herstelgerichte afhandelingen door de ogen van de gerechtelijke actoren'

In de aanloop van deze studiedag finaliseerden we het eindrapport ‘De herstelgerichte afhandelingen door de ogen van de gerechtelijke actoren’. Wij beschouwen dit eindrapport als een basisdocument in onze verdere organisatieontwikkeling. September 2005 initieerden we een kwalitatief onderzoek naar de meningen over en het gebruik van herstelgerichte afhandelvormen in de aanpak van jeugddelinquentie in de provincie Limburg. Naast een literatuurstudie wensten we de jeugdrechters, parketmagistraten in Jeugdzaken en consulenten van de Vlaamse Gemeenschap verbonden aan de jeugdrechtbanken kwalitatief te bevragen, en dit zowel in het gerechtelijk arrondissement Tongeren als in het gerechtelijk arrondissement Hasselt. De keuze om deze respondentengroep te bevragen, werd bepaald door de vaststelling dat in het debat omtrent herstelrecht en herstelgerichte afhandelvormen deze groep vaak niet bevraagd werd. De herstelrechtelijke beweging is vooral vanuit de praktijk ontstaan. Hierdoor werden en worden de gerechtelijke actoren vaak geacht te volgen zonder een volwaardige inbreng te hebben. Zo werd bijvoorbeeld nooit de wenselijkheid van herstelgerichte afhandelingen getoetst bij de gerechtelijke actoren. Nochtans is deze groep bepalend voor het welslagen van deze vorm van aanpak van jeugddelinquentie. De stem van deze respondentengroep laten horen was het unieke opzet. Door deze keuze was de bereidheid tot medewerking van onze respondentengroep de kritische succesfactor van het onderzoeksopzet. In het onderzoek beoogden we twee grote doelen:

(1) enerzijds wensten we de meningen met betrekking tot herstelgerichte afhandelvormen van de gerechtelijke actoren van de provincie Limburg in kaart brengen; Hiertoe stelden we volgende onderzoeksvragen:
- ‘Hoe denken de gerechtelijke actoren over enkele (kern)elementen van een herstelgerichte aanpak van jeugddelinquentie?’ - ‘Hoe verhouden de herstelgerichte afhandelvormen zich tot andere afhandelvormen?’

(2) anderzijds wensten we de praktijk van herstelgerichte afhandelvormen, zoals deze opgevat wordt door de gerechtelijke actoren van de provincie Limburg, in kaart brengen. Hiertoe stelden we volgende onderzoeksvragen:
- ‘Waarom kiezen de gerechtelijke actoren voor herstelgerichte afhandelvormen?’ - ‘Wanneer kiezen de gerechtelijke actoren voor herstelgerichte afhandelvormen?’ - ‘Is het huidige aanbod van herstelgerichte afhandelvormen aangepast aan de wensen van de gerechtelijke actoren?’

De resultaten zullen uitgebreider weergegeven worden in het verslagboek van de studiedag. Het realiseren van dit eindrapport kon enkel op basis van de bereidwilligheid van onze respondentengroep. Naast het bijdragen in onze organisatieontwikkeling kan dit rapport hopelijk van betekenis zijn in het dagelijks werken met en voor jonge daders en hun slachtoffers.



"HCA" : een nieuw, definitief letterwoord…

Sedert het protocol ‘Samenwerkingsverband Herstelrechtelijke en Constructieve Afhandeling’ werd de term HCA definitief geïntroduceerd in het brede werkveld. Deze term lijkt op het eerste zicht in Vlaanderen een gemeenschappelijkheid uit te dragen, maar als we het Vlaamse aanbod nauwer onder de loep nemen dan zien we best wat verschillen in denken en doen in de praktijk van de verschillende methodieken door de verschillende diensten. We kennen allemaal de Vlaamse en onze eigen ontstaansgeschiedenis als dienst. Herstelbemiddeling en HERGO hebben een brede aansturing en ondersteuning gekend in de vorm van Vlaamse implementatie en wetenschappelijk onderzoek. De leerprojecten en gemeenschapsdiensten dragen dezelfde benamingen maar de inhoudelijke lading verschilt naargelang eigen visie, geschiedenis en ontwikkeling aangezien deze methodieken weinig tot geen gezamenlijke aansturing en/of implementatie hebben gekend. We willen hiermee geen positieve of negatieve appreciatie meegeven voor het één of het ander maar wel een zekere aandacht en bewustzijn van deze vaststelling. Onze visie op herstel is gericht op een brede benadering van herstel. Herstelgericht reageren is voor ons ruimer dan enkel bemiddeling, directe communicatie en dialoog tussen de betrokken partijen. In het reageren met herstel willen we de partijen evenwaardig benaderen in een proces van betekenisverlening. Dit proces dient de mogelijkheid te bieden aan de partijen om tot een uitwisseling van betekenis te komen, die zij geven aan de schade-verwekkende gebeurtenis en de gevolgen ervan. In onze visie hebben we ruimte gelaten om naast het bemiddelingsaanbod een aanbod van andere herstelgerichte methodieken te ontwikkelen, om zo een herstelgericht aanbod op maat te realiseren als reactie op jeugddelinquent gedrag. Ons huidig aanbod van herstelbemiddeling, HERGO, leerproject SIB-M en gemeenschapsdienst beschouwen we dan ook als een realisatie van onze opdracht en visie. We voorzien in een breder herstelgericht aanbod omdat we ook herstelgericht willen reageren in die conflictsituaties waar een bemiddelingsproces initieel niet mogelijk of wenselijk is voor de betrokken partijen. Een categoriale opdeling tussen herstelbemiddeling en HERGO en de andere afhandelingen gemeenschapsdienst en leerprojecten zoals de HCA terminologie doet uitschijnen, levert o.i. geen meerwaarde op in het aanbod, integendeel. Het lijkt enerzijds herstelbemiddeling en HERGO te versterken en anderzijds gemeenschapsdienst en leerprojecten te verzwakken onder de algemene term van ‘constructief’. En laat ons eerlijk wezen: wat is constructief? Het enige antwoord dat we daar momenteel op kunnen geven binnen de HCA constructie is alles wat niet rechtstreekse communicatie dader – slachtoffer inhoudt. Hier dringt zich een verfijning op. Want zoals reeds gezegd, constructief lijkt nu de container te worden waar alles onder past behalve methodieken van bemiddeling en dit doet afbreuk aan de ontwikkelde methodieken die nu gestationeerd worden onder de Constructieve Afhandeling. Het aanbieden van meerdere afhandelingen naast elkaar, zoals binnen BAAL met concreet herstelbemiddeling, HERGO, leerproject Slachtoffer in Beeld – Minderjarigen en gemeenschapsdienst daagt ons als dienst uit om visie- en methodiekontwikkeling als een blijvend dynamisch gegeven te hanteren. Iedere methodiek met zijn specifieke werkingsprincipes en procedure heeft op zich recht op een autonome positie binnen het reageren op jeugddelinquentie, maar staat niet louter op zich. In onze structuur worden we uitgedaagd om ieders principes te toetsen en zelfs te plaatsen naast andere afhandelingen in de praktijk. We beschouwen deze beweging als een kruisbestuiving tussen de verschillende afhandelingen en vice versa en ervaren dit als een meerwaarde. Met kruisbestuiving doelen we niet op het creëren van soort eenheidsmethodiek in de methodieken, bij wijze van een ‘hutsepot’ van het combineren van een beetje bemiddelen met wat gemeenschapsdienst en met wat leerproject. Wat we wel bedoelen is het bijdragen tot de uitwerking van een afgestemd herstelgericht aanbod, waarbij we in staat zijn om op het juiste moment als reactie op een conflict het gepaste herstelgerichte antwoord te bieden. Het afstemmen van meerdere afhandelingen zou de indruk kunnen wekken dat dit voor nogal wat verwarring en vervaging van de methodieken kan zorgen. Onze ervaring is echter dat van zodra je de openheid laat om tot afstemming te komen met andere afhandelingen, je als het ware wordt uitgedaagd om je methodiek naar specificiteit te versterken en ook zo tot uiting te brengen in afstemming met een andere methodiek. Belangrijk is om de bereidheid te tonen om afhandelingen te bekijken als methodieken met een aantal reeds aanwezige herstelkwaliteiten en daarbij het potentieel hebben om te groeien in deze herstelkwaliteiten. Het verder voeren van dit inhoudelijk debat lijkt ons op zijn minst boeiende materie. Het zoeken naar het herstelpotentieel zal ons in ieder geval intern blijven bezighouden. Uit dit alles blijkt dat BAAL een duidelijke ontstaansgeschiedenis kent vanuit de optiek van herstelgericht afhandelen. Onze huidige visie met daaraan gekoppeld ons aanbod zal onder invloed van de omzendbrief dd. 21/12/06 in de (nabije) toekomst onderwerp blijven van ontwikkeling.

Eind 2005 schreven we op vraag van de redactie van de nieuwsbrief van Suggnomé het artikel ‘Samen onder één dak?!’. We hebben in dit artikel de vraag ‘ Hoe zien we de inbedding van herstelbemiddeling in een dienst?’ willen beantwoorden vanuit onze visie en praktijkervaring. De titel verklapt duidelijk dat we onze methodieken binnen één dienst wensen aan te bieden. Dit artikel blijkt onze voorbode te zijn voor het organisatieproces dat zich momenteel afspeelt op het terrein van herstelrechtelijke en constructieve afhandelingen in Vlaanderen. Samen met de Vlaamse collega-diensten voeden we o.l.v. de OSBJ dit proces in de hoop tot een gedragen organisatiemodel te komen.

bekijk hier het artikel in pdf



Het Vlaams beleid:
Globaal Plan Jeugdzorg en de Omzendbrief Implementatie herstelgerichte en constructieve afhandeling - de ouderstage


Februari 2006 lanceerde Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Vervotte het ‘Globaal Plan Jeugdzorg - De kwetsbaarheid voorbij…Opnieuw verbinding maken.’. Dit plan wil een antwoord bieden op de prangende situaties binnen de Bijzondere Jeugdzorg. Met een belangrijke budgettaire injectie gespreid over 2007 tot 2010 wil dit Globaal Plan Jeugdzorg een integrale aanpak aansturen. De maatschappelijke reacties op jeugddelinquentie worden geïntegreerd in de globale visie van het Globaal Plan. Deze reacties omvatten een aantal nieuwe Vlaamse initiatieven zoals o.a. Youth At Risk (YAR) maar huisvest ook de maatregelen voortvloeiend uit de hervormde jeugdwet. Het aanbod van BAAL situeert zich hoofdzakelijk in dit hervormd wetgevend kader. De aansturing binnen het Globaal Plan gebeurt op basis van 6 beleidskeuzes, geconcretiseerd in 37 doelstellingen. Concreet zullen 9 werkprincipes bijdragen in het optimaliseren van de effectiviteit van het aanbod. Deze 9 werkprincipes zijn: contextgericht en multimodaal werken, emancipatorisch en responsabiliserend werken, competentieverhogend werken, modulair werken, werken met diverse expertise, wetenschappelijk onderbouwd werken, werken met complementaire trajecten voor POS en MOF, werken met versterkte regie en traject, veiligheid. Vanuit de werking en visie van BAAL springt in eerste instantie het principe van werken met complementaire trajecten voor POS en MOF in het oog. Binnen onze visie op het geheel van POS en MOF situaties vinden wij de ontkoppeling van POS en MOF- trajecten een belangrijke beleidskeuze binnen het huidige aanbod. Als we gescheiden trajecten kunnen realiseren voor de POS en MOF situaties waarin jongeren zich kunnen bevinden, dan creëren we de gelegenheid om op maat te werken enerzijds in het reageren op het plegen van delicten én anderzijds op de mogelijke hulpvraag van de jongere. Deze ontkoppeling zal voor meer duidelijkheid en daadkracht zorgen bij de actoren in het werkveld. De ontkoppeling van hulpverlening en het reageren op feiten zou wel niet mogen leiden tot twee geïsoleerde systemen. Beide systemen beschouwen we best als complementair om zo mogelijk positieve invloeden op elkaar te realiseren. Het herstelgericht en constructief werken dient zich vanuit dat opzicht verder als complementair te positioneren naast de reacties op POS. De keuze voor ontkoppelde POS en MOF trajecten zorgt ervoor dat we ook kiezen voor een andere dan een hulpverlenende reactie op MOF situaties. Gekeken vanuit de herstelgerichte bril dienen in alle MOF situaties de drie aanwezige polen in een delict (zijnde dader, slachtoffer en samenleving) in beeld gebracht te worden. In de interventie moeten deze drie polen vervat zitten indien we willen spreken van een herstelgerichte reactie. Wat we willen realiseren is het herstellen van de schade en de gevolgen veroorzaakt door het gepleegde feit. Het schade- en slachtofferaspect is hierin fundamenteel. We willen dit doen door het aanbieden van een aantal werkvormen die deze drie polen, direct of indirect, omvatten zodat een herstelgericht aanbod op maat van de betrokken partijen kan ontwikkeld worden. Bij dit alles is het belangrijk dat we de uitdaging aangaan om te kiezen voor de herstelgerichte dimensie in iedere MOF reactie en dit hersteldenken maximaal op de voorgrond plaatsen. En dit willen we doen omdat slachtoffers van feiten, gepleegd door jongeren, daar gewoonweg recht op hebben. De overige principes willen we met het bovenstaande geenszins als minder belangrijk afdoen. Integendeel, de 9 principes zullen de pijlers vormen in onze verdere inhoudelijke ontwikkeling. In de omzendbrief van 21 december 2006 betreffende de implementatie herstelgerichte en constructieve afhandeling – Globaal Plan Jeugdzorg en de ouderstage werden de beleidslijnen vanuit het Globaal Plan geconcretiseerd. Deze omzendbrief omkadert de uitbouw van het herstelgericht constructief afhandelen in het Vlaamse landschap. Het realiseren van een geïntegreerde dienst HCA per gerechtelijk arrondissement is een duidelijke organisatorische beleidslijn die wij positief onthalen en op maat van Limburg in de praktijk zullen brengen. BAAL wil conceptueel het bestaande aanbod van herstelbemiddeling, HERGO, gemeenschapsdienst en SIB-M continueren en versterken. Binnen het kader van de omzendbrief ligt voor BAAL een mogelijke verruiming van reacties op seksueel grensoverschrijdend gedrag, druggebruik en ouderstage. Deze verruiming zal zijn plaats krijgen in de uitbreidingsaanvraag van 31/01/2007. Het specifieke ‘huisvesten’ van ouderstage onder het dak van de HCA diensten werd in deze omzendbrief bevestigd. Heel wat bedenkingen over deze ouderstage werden en zullen nog geformuleerd worden in de nabije toekomst. Gekeken vanuit onze herstelgerichte bril vinden we het belangrijk dat op jeugddelinquent gedrag de voorrang wordt gegeven aan een reactie gericht op herstel. Vanuit deze zienswijze kan een complementaire, aanvullende ouderstage op een maatregel opgelegd aan de minderjarige zeker inhoudelijk complementair zijn voor die ouders die samen met hun kinderen de gepleegde feiten door hun kinderen minimaliseren. Sporadisch komen we minimaliserende ouders tegen in onze huidige werking. Indien we jongeren willen stimuleren om verantwoordelijkheid te nemen tav hun slachtoffer(s) en de gevolgen, is het wenselijk dat hun ouders deze manier van reageren op jeugddelinquent gedrag mee onderschrijven. Zo niet, is een bewustwording van de ouders over de gevolgen van het delinquent gedrag zeer wenselijk. Het kader (verplicht vs. vrijwillig, hulpverlening vs. sanctie,…) waarbinnen deze bewustwording dient te gebeuren is voor multidisciplinaire discussie vatbaar. Om de ouderstage in Limburg operationeel te maken lijkt ons een betrokkenheid van een aantal expertises aangewezen. Daarnaast kijken we uit naar een vorm van centrale beleidsmatige aansturing. BAAL wordt uitgedaagd én gaat de uitdaging aan zowel op organisatorisch als inhoudelijk vlak.



Een informatie- en waarderingsmoment voor Limburgse prestatieplaatsen voor minderjarigen.

Op woensdag 20 april 2005 ging er “een informatie- en waarderingsmoment voor Limburgse prestatieplaatsen voor minderjarigen” door in het provinciehuis van Limburg. Deze namiddag was een organisatie van de begeleiders gemeenschapsdienst voor minderjarigen van diensten Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen van stad Beringen, stad Genk, stad Hasselt, gemeente Lanaken, gemeente Maasmechelen en van de dienst BAAL. Het programma van deze namiddag liep van 13u30 tot 16u00. Naast een woordje vanuit de provincie kwamen ook Jeugdrechter dhr. Helsen van Hasselt en Parketmagistraat mevr. Bex van Tongeren aan bod. Deze namiddag werd afgesloten met een receptie rond 15u30. Voor meer informatie over dit informatie- en waarderingsmoment kan men ons steeds contacteren.

Het artikel dat in Het Belang van Limburg verscheen naar aanleiding van deze gelegenheid kan je hier bekijken.



De hervormde jeugdwet inzake jeugddelinquentie en de implicaties voor de werking van BAAL

Onder dit item schreven we de afgelopen jaren systematisch dat we een wettelijk kader mankeerden ter bevordering van de uitbouw van onze huidige werking. Eind 2006 zijn de contouren en de hervormingslijnen in de jeugdwet duidelijk neergelegd. Twee nieuwe wetten van 15 mei 2006 en van 13 juni 2006 betreffende de aanpak van jeugddelinquentie wijzigen de wet betreffende de jeugdbescherming van 8 april 1965. Enkel de data van inwerkingtreding van de neergeschreven maatregelen, tot ten laatste 01/01/09, dienen verder geconcretiseerd. Voor het aanbod van BAAL werd de inwerkingtreding vooropgesteld vanaf april 2007. In de gewijzigde jeugdbeschermingswet wordt onze herstelpraktijk grotendeels officieel in de wet opgenomen. De titel ‘Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade’ getuigt van de wettelijke ‘verzilvering’ van een reeds bestaande herstelpraktijk. Binnen het aanbod zullen we in de procedures van de methodieken rekenschap dienen te geven aan een aantal juridische implicaties (bv. de bemiddelingsprocedure zoals opgenomen in de wet) maar dit ervaren we als ondersteunend in de verdere uitbouw. Een meer confronterend gevolg van de wetswijziging situeert zich in de beperking van de bevoegdheid van de procureur des Konings inzake aanpak van jeugddelinquentie. Diversiemaatregelen voor minderjarigen, ook gekend onder de term ‘rechtsomlegging’, kende jarenlang een veelvuldige toepassing op parketniveau. Deze praktijk kon bestaan omdat er geen echte rechtsgrond was. In de gewijzigde wet worden de mogelijkheden van het Parket wel wettelijk geregeld. Het aanbod van gemeenschapsdienst en leerprojecten op parketniveau zal bij de inwerkingtreding van de wet niet langer mogelijk zijn. Dit impliceert voor het Limburgse AGM werkveld dat lopende praktijken en projecten met ingang van 2 april 2007 worden drooggelegd zowel wat betreft caseload als financiering rond minderjarigen. Begin december 2006 werd dit officieel bevestigd vanuit het FOD Justitie aan de lokale overheden en zo ook aan de AGM medewerkers. Zoals te lezen in hoofdstuk 6 werken we reeds jarenlang intensief samen met de AGM-projecten van Beringen, Genk, Hasselt, Lanaken en Maasmechelen in de uitvoering van dossiers herstelbemiddeling en gemeenschapsdienst. Zowel de officieuze als officiële melding van de stopzetting van de AGM-projecten bracht naast een zekere duidelijkheid vooral ook heel wat onzekerheid naar de medewerkers. Dit gaat immers over het al dan niet behouden van je job en de inhoud ervan. Kortweg, je loopbaanperspectief. Vanuit BAAL wensen we daar waar mogelijk en gewenst door een lokale overheid en/of AGM medewerker de samenwerkingspiste verder te bekijken binnen het geschetste kader van de omzendbrief dd. 21/12/06. We willen dit doen op basis van onze positieve samenwerkingservaringen in de afgelopen jaren en omdat we het menselijk kapitaal in de vorm van opgebouwde expertise zoveel mogelijk willen behouden.





De mediacampagne van de Vlaamse overheid 'Tot uw dienst'.

In het kader van de 'periodieke beleidscommunicatie via regionale kanalen', een communicatieproject van de Vlaamse gemeenschap, werd het aanbod van herstelgerichte afhandeling van jeugddelinquentie van de Bijzondere Jeugdbijstand in de kijker gezet. In een 60 seconden durend spotje en een advertentie in de geschreven pers wilde de Vlaamse overheid aan de burger aantonen dat ze de laatste jaren steeds meer geïnvesteerd heeft in een vernieuwende aanpak van jeugddelinquentie. Op deze manier werd ook getracht om een breder maatschappelijk draagvlak te creëren voor deze manier van afhandelen van jeugddelinquentie. Het feit dat delict plegende jongeren zelf hun verantwoordelijkheid dienen op te nemen stond centraal in deze mediacampagne.
BAAL was nauw betrokken bij de realisatie van deze mediacampagne. Zowel bij de voorbereidende vergaderingen die door het OSBJ werden georganiseerd als bij de concrete uitwerking van het spotje voor regio Limburg. Het resultaat was een spotje dat gedurende een week in november op de Limburgse regionale zender TVL te zien was. Naast de algemene boodschap, die in heel Vlaanderen dezelfde was, rond jongeren die hun verantwoordelijkheid dienen op te nemen, was er voor Limburg ook ruimte om het leerproject Slachtoffer in Beeld-Minderjarigen wat toe te lichten en in beeld te brengen.
Om de TV-spot te bekijken, klik hier.



Vervolg op het praktijkexperiment Slachtoffer in Beeld - Minderjarigen

Op 7 mei 2004 heeft de presentatiedag van het leerproject Slachtoffer in Beeld - Minderjarigen plaats gevonden in het Provinciehuis in Hasselt. Op deze dag werd het rapport van het praktijkexperiment voorgesteld. De perstekst en het artikel dat in de Standaard van 08/05/2004 naar aanleiding van deze presentatie verscheen kan je hier bekijken.

Naar aanleiding van de uitbreiding van de praktijk van het leerproject Slachtoffer in Beeld - Minderjarigen naar het gerechtelijk arrondissement Mechelen is er een team SIB-M opgericht. Naast de twee diensten die aan de wieg van dit leerproject stonden (BAAL en SIB) zetelen ook de OSBJ en de Mechelse dienst BIC (bemiddelingsdienst Ivo Cornelis) in dit team. Naargelang de praktijk verder zal uitgebreid worden zal ook het team worden aangevuld. Ook hierover volgt meer informatie in ons Jaarverslag 2004.







Jaarverslagen
Jaarverslag 2007 BAAL jaarverslag 2007
(klik hier als je enkel de inhoudstafel wil zien)


Jaarverslag 2006 BAAL jaarverslag 2006
(klik hier als je enkel de inhoudstafel wil zien)
Schematisch overzicht van de afhandelingsvormen

Jaarverslag 2005 BAAL jaarverslag 2005
(klik hier als je enkel de inhoudstafel wil zien)
Schematisch overzicht van de afhandelingsvormen

Jaarverslag 2004 BAAL jaarverslag 2004
(klik hier als je enkel de inhoudstafel wil zien)
Schematisch overzicht van de afhandelingsvormen

Jaarverslag 2003 BAAL jaarverslag 2003
(klik hier als je enkel de inhoudstafel wil zien)
(klik hier als je enkel de titel wil zien)

Jaarverslag 2002 BAAL jaarverslag 2002
(klik hier als je enkel de inhoudstafel wil zien)

Jaarverslag 2001 BAAL jaarverslag 2001
(klik hier als je enkel de inhoudstafel wil zien)